Hoofien in de archieven

Een nieuwe, uitgebreide versie van deze pagina staat op schackmann.nl

 

5 november 1818: Melding vertrek van het gezin in de Staatscourant

Uit de Staatscourant van 18 december 1818: Heeft de sub-commissie der maatschappij van weldadigheid, onder de zinspreuk Tot Nut en Beschaving, alhier gevestigd, voor eenigen tijd [zie Staats-Ct. van woensdag den 5den november no. 261], met genoegen het vertrek, naar de kolonie te Westerbeeksloot, van twee door deze sub-commissie tot den veld-arbeid bestemde huisgezinnen mogen melde, thans wordt dit genoegen aanmerke lijk vermeerderd door de allergunstigste berigten, welke die subcommissie van hare kolonisten van tijd tot tijd ontvangt. Drie op onderscheidene tijden van de kolonie verzonden brieven zijn, als even zoo vele uitroepingen van vreugde over den verbeterden toestand dier huisgezinne aan te merken, terwijl eene mondelingsche getuigenis van eenen zeer geloof waardigen persoon, onlangs van Drenthe terug gekomen, de volkomene tevredenheid der kolonisten bevestigt. Zoo wordt dan het slordige en afzigtelijke bedelpak door zindelijke en verwarmende kleedingstukken vervangen; zoo worden te voren door gebrek en kommer afgeteerde ligchamen nu, door voedzame spijzen en welvoorziene woningen, in gezonde gestellen hervormd; zoo, eindelijk, ziet men, uit verachtelijke ledigloopers en lastige bedelaars, door geschikten arbeid, nuttige medeleden der maatschappij, en, uit kortelings woeste gronden, de weligste en vruchtbaarste oorden ontstaan.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 28 december 1818: Ik heb met de joodsche huisgezinnen – die zich wel gedragen, maar nog te weinig aan den arbeid gewoon zijn om grote verdiensten te hebben – over hunne kleding gesproken, die voor het mannelijk geslacht is door eene kleine verandering bruikbaar geworden. Ook ten aanzien van de vrouwen klederen zal ik tragten de nodige veranderingen te maken. Dat echter minder gemak kelijk schijnt te zijn, en daarna de Kommissie verslag doen.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 23 januari 1819: De Jood sche huisgezinnen zijn stil en arbeidzaam. Hoofien word een een zeer knap werkman, ook den andere maakt vorderingen.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 15 februari 1819: De beide joden die zich hier wel gedragen, verzoeken tegen het begin van maart, dewijl er dan een groot feest is, zo dat zijn in eenige niet werken, niet eten, en ik weet niet wat al meer niet, over mogen, eenige dagen verlof naar Amsterdam.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 25 februari 1819: De joodsche huisgezinnen zouden gaarne bij het aanstaande feest tegen het begin van maart, eenige dagen met verlof naar Amsterdam gaan.

Uit de notulen pc dd 2 maart 1819: Besloten te schrijven, dat de P.K. den joodschen huisvader alleen, en niet aan het geheele gezin de permissie geeft om naar Amsterdam te gaan – ter vermijding van grote onkosten.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 10 maart 1819: De beide joodsche huisvaders zullen meede morgen vertrekken en den 17 dezer terug zijn moeten.

Uit de Staatscourant: 22 maart 1819: Dezer dagen zijn de, door de sub- commissie van Weldadigheid, onder de zinspreuk: Tot Nut en Beschaving, alhier naar Frederiks-oord verzondene kolonisten, met namen J.D. Hoofienen S.A. Cohen, met verlof van den directeur der kolonie, voor eenige dagen, wegens familie-betrekkingen, herwaarts overgekomen, en hebben zoo wel aan hunne onderscheidene verwanten, als in eene zitting der sub-commissie voornoemd, aan derzelver leden, de ondubbelzinnigste bewijzen van hooge tevredenheid over hun lot en dat hunner welvarende gezinnen, aan den dag gelegd. Trouwens, hoe bevredigend de berigten uit Frederiks-oord zelve, door de permanente commissie van tijd tot tijd gegeven, voor de bevorde raars der edele maatschappij steeds mogen geweest zijn, geen berigt kan hen meerder en overtuigender van de gunstige toestand der kolonisten verzekeren, dan de eenvoudige en onopgesmukte verhalen, uit hunnen eigen mond ontvangen, die de oogenblikken zegenen, waarop het hun vergund geworden is, onder de verkwikkende schaduwe van den eersten stam, door weldadigheid geplant, te rusten.

Gezinsuitbreiding in april 1819 Vledder, geboorteakte, 4 april 1819, aktenr. 4: Kind: Jesais Jacob Frederiks Hoosien, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 03-04-1819, zoon van Jacob David Hoosien, beroep: arbeider; oud: 43 jaren, en Judikje Jesaaijes, oud: 37 jaren.

Star mei: geboorten bij Hoofien en De Haan

Notulen pc dd 24 juni 1819: Subkommissie tot nut en beschaving te Amster dam, 20 juny, geeft kennis dat zij disponibel stelt 1100 guldens, berigt hare te vredenheid over den goeden staat der huisgezinnen in de kolonie; merkt aan dat er maar vier kinderen in eén huisgezin gekleed worden, en het dus nadeelig kan zijn, indien men in ‘t vervolg meer dan 4 kinderen daar bij indeelde: bezwaart zich voorts dat het onderwijs der israelitische kinderen in de kolonie moeijelijk is, en stelt dus voor een onderwijzer daar heen te zenden, en vraagt op welke voorwaarden die zou kunnen worden aangeno men, indien men een geschikt persoon kan vinden, of het bericht aan ge meente en armenbestuur, op blz. 465 van no. 5 der Star voorkomende, ook op hare subk. toepasselijk is, en of zij ook voor 3/4 der dit jaar te leveren kontributie naar evenredigheid kolonisten voor ƒ 25 per hoofd zou kunnen zenden.
Besloten … dat, indien van wege de Maatschappij kinderen bij een huisgezin worden ingedeeld, te bovengaande het aanwezige getal van vier, dan ook voor de kleding der overigen zal worden gezorgd, en dat in het onderwijs der israel. jeugd zal voorzien worden, zoo dra het aantal der israeliten in het aangaande jaar zal wezen vermeerderd, en dat men als dan ook gaarne van het aanbod der subkommissie zal gebruik maken in het emplooyen van een geschikt persoon; dat de gedane aankondiging aan gemeenten en armenbe sturen ook tot de subk. van nut en beschaving betrekking heeft, en dat zij voor ieder 25 gulden kontributie eén persoon naar de kol. zal kunnen zenden, mits zoodanige toereik. garantie verschaffende dat dan op eene negotiatie, gelijk in het bericht wordt voorgesteld, kan geschieden.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 29 december 1819: Visser, Westerveld en beide de joden hebben de beste gronden gehad. Alleen Westerveld heeft in aardappelen, zijne huur geheel afbetaald.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 5 januari 1821: Visser, Cohen en de Kruif zijn mede in zeer ongunstige omstandigheden. Laatstgen. echter buiten zijne schuld.

Notulen pc dd 16 maart 1821: Direkteur vd B. vraagt authorisatie … om de som van ƒ16, welke de kolonist Hovy bij ruiling van zijn koei heeft moeten toegeven, op zijn schuldboekje te mogen brengen.

In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 genoemd als ‘hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Betje en Izaäk Hoofien’