Bult – in de archieven

Een nieuwe en uitgebreide versie van deze pagina staat op schackmann.nl

Op 29 september 1818 meldt Enkhuizen meerdere aspirant-kolonisten aan: de 46-jarige Pieter Staal met zijn vrouw en vijf kinderen, waaronder een meisje van 13 en een jongen van 11. De man kent het boerenwerk en de vrouw kan spinnen. Bovendien is het gezin zeer behoeftig. Voorts is gevonden Jan Bult, 35 en zijn vrouw van 34 met vier kinderen, waaronder een meisje van 14 en een jongetje van 10. Dit gezin wordt een grotere moraliteit dan het eerste toegedicht, al is het minder behoeftig.

Uit G.A. Bontekoe, De relaties van de stad Enkhuizen met kolo­niën van de Maat­schappij van Weldadigheid te Frederiksoord en Veenhuizen van 1818 tot 1849, artikel in Nieuwe Drentse Volksalmanak 83, 1965:
De Permanente Commissie kiest Jan Bult. Hij verschijnt voor de commissie maar wil, alvorens zich bereid te verklaren om te worden uitgezonden, nog graag even overleg plegen met zijn vrouw. Dat wordt goedgevonden en alvast wordt aan de magistraat der stad een ‘vrijbriefje’ gevraagd voor het transport naar Zwolle (…) Er valt dan het besluit dat “het koloniaal huisgezin” de reis zal maken met de beurtschipper op Zwolle tot aan Zwartsluis en vandaar over Steenwijk naar Frederiksoord. Jan Bult verschijnt ter vergadering en verklaart zich bereid om te gaan en vraagt reisgeld. De commissie wenst hem geluk en legt hem toe drie guldens reisgeld.

Uit de rode boeken van Kloosterhuis: Reglement aan het gezin voorgelezen en opgehelderd de pligten waaraan zij zich moeten onderwerpen; de huisvader verklaarde bereid te zijn om zoo arbeidzaam en onderworpen zich te betoonen dat hij de goedkeuring der opzieners hoopte te verdienen.

Uit G.A. Bontekoe, De relaties van de stad Enkhuizen met kolo­niën van de Maat­schappij van Weldadigheid te Frederiksoord en Veenhuizen van 1818 tot 1849, artikel in Nieuwe Drentse Volksalmanak 83, 1965:
Op 1 december van nog altijd datzelfde jaar 1818 is er een brief van Bult ter tafel waarin hij verslag doet van de reis en van de aankomst in Frederiksoord “en hooglijk roemde de verzorging van huis, klederen, levensmiddelen enz. welke hij aanstonds bij zijne aankomst met de zijnen in de kolonie had genoten”. De secretaris, de heer Van Tricht vindt dat de subcommissie bericht van de verzending van het huisgezin van Jan Bult in de Staatscourant moet doen plaatsen. Daartoe wordt onverwijld besloten, verzoekende de secretaris “dit berigt (van Bult uit Frederiksoord) in de advertentie van de staatscourant te doen invloeien”.

Staatscourant van 1 december 1818 (NB: Leuke sport: tel de komma’s!): De sub-commissie van Weldadigheid in deze stad, smaakte, heden, het genoegen, om berigt te ontvangen, dat het huisgezin van Jan Bult, van hier, volgens gunstig verlof, naar de kolonie Frederiks-oord verzonden, aldaar gelukkig aangekomen was, en zich dankbaar, in deszelfs verplaatsing derwaards, verblijdde.

In een brief van directeur Benjamin van den Bosch dd 28 december 1818 wordt Enkhuizen genoemd als een van ‘subcommissies (die) ons zodanige gezinnen (zonden) die de Maatschappij ter bereiking van haar groot doel zou kunnen verlangen’.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 6 januari 1819: Terwijl ik als leden van den raad van toezigt, ter nadere approbatie aan de Kommissie voorstel Klaas Visser en Jan Bult welke door mij provisioneel waren benoemd.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 28 januari 1819: Ik moet voor het belang der kolonie steeds wenschen, dat de Kommissie een ander in de plaats van Weisman, dat een slegt sujet is, vinden. Hem daarop naar den Haag ontbieden en zijn ontslag geven. Wanneer hij hier zulks verneemt, zoude er wellicht nog ongeregeldheden plaats hebben, dewijl hij hier een aanhang heeft buiten de kolonie, die zich alle slegte streken veroorloven, en zeer maetig worden in het oog gehouden. Gedurende acht dagen kan ik den fabrijk, met den onder-opziender Bult zeer wel in order houden.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 30 juli 1819: Geassisteerd door ?a?en en de kolonisten Bult en Krabshuis heb ik gister aan de markt te Hoogeveen twaalf der beste melkkoeijen voor de kolonie gekocht voor ƒ 649=.=. dus door elkander ƒ 54-.

Notulen permanente commissie dd 28 augustus 1819: den kolonist Bult permissie te geven om te slagten in de kolonie.

Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files bij de stukken over de proefkolonie.

Uit de notulen pc dd 14 juli 1820: Op den brief van den Direkteur 62/7 dat de P.K. besloten heeft aan Jan Bult te permiteeren zijn oudsten zoon bij zich te nemen.

Uit het maandblad De Star augustus 1822, pagina 659: Bult en Kranendonk bezitten mede reeds ieder een span paarden.

19 februari 1823: Genoemd in schoolrapport 1822 als hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Boukje, Jakob, Jan en Katrina Bult

De in het boek beschreven ontmoeting tussen commissaris-boekverkoper Sepp en Bult staat in de Star van april 1823.

Volgens de rode boeken van Kloosterhuis is Jan Bult op 26-05-1827 gedeserteerd uit de kolonie.