Wijsman in de archieven

Verklaring van schipper Breijder begin november over vervoerde personene en goederen: Voorts te Leijden, het huisgezin van D. Wijsman, sterk (ruimte opengelaten) hoofden, mede met zoo veele goederen als op de vragtlijst zijn gespecificeerd.
Zie voor de volledige brief van Breijder hier.

Uit een brief van Scherenberg uit Leiden aan de permanente commissie (pc) dd 5 november 1818:
In de eerste plaats kan ik UEd melden dat schipper J. Breider deze morgen van hier gevaren is, en dat met dit schip vertrokken is het huishouden van den door de Maatschappij aangenomen spinbaas, David Wijsman, bestaande hetzelve huishouden uit de persoon van David Wijsman, oud 29 jaar. Zijne vrouw insgelijks oud 29 jaar; een jongentje, oud 4 jaar, en een meisje oud 1½ jaar; benevens een meid genaamd Jansje de Haas, oud 18 jaar, welke het spinnen mede grondig verstaat en geschikt is om dit aan anderen te leeren.
Daar het oudste dochtertje van Wijsman, zijnde een kind van 7 jaren bij de grootmoeder alhier gebleven is, heb ik gemeend het verzoek om, in haar plaats Jansje de Haas mede te geven te kunnen toestaan.

Op 9 november meldt directeur Benjamin van den Bosch de aankomst van de spinbaas in Frederiksoord.

Uit een brief van Benjamin aan de pc dd 7 december 1818:
Weisman die op de vroeger ingezondende betalingsrollen onder de kolonisten was bereekend komt in mijne verantwoording voor zijn geheel te goed over november onder rekening met diversen voor, en dus is de betalingsrol in mijne verantwoording voor een gelijk bedrag verminderd als Weisman op dezelve is uitgetrokken geweest.

Op 14 december 1818 doet Benjamin verslag van zijn ruzie met Wijsman over de boekhouding en later op de dag van de rel in Vledder, welke brief hij begint met de woorden: Ik vind mij genoodzaakt de Permanente Kommissie te informeren dat het welzijn der kolonie de spoedige verwijdering van de opzichter der spinnerij vordert.

Uit de notulen van de pc dd 18 december 1818:
Op een brief van den Direkteur in de kolonie van 14 december, heeft de P.K. besloten, den Direkteur aanteschrijven dat zoo het volstrekt niet mogelijk is den spinbaas Weisman, wegens wangedragingen, langer te continueëren, hem als dan congevieren:
Doch, zoo dat eenigszins zijn kan, dan te temporizeeren, dewijl men intusschen zich zal vervoegen tot de subcommissie te Leiden ter informatie, of ook daar een zedelijk geschikter persoon tot den post van spinbaas mogt worden gevonden.

De pc wendt zich tot Leiden en die antwoordt volgens ‘de rode boeken van Kloosterhuis’ op 22 december 1818: Het heeft ons gesmart, maar niet bevreemd zo kwade tijding te vernemen betreffende zekeren Wijsman, in Frederiksoord geëmployeerd. Hij en de zijnen waren onkruid in den akker. Wij zoeken naar beter.

Benjamin legt zich bij het uitstel neer in zijn brief van 25 december 1818:
Met de spinbaas zal ik mij over eenkomstig de meening der Kommissie gedragen, hij geeft zich veel moeite om zijn ongelijk weer goed te maken en waare hij voor zijn post goed bereekend dan zou alles nog meer behoorlijk te regt kunnen komen. Hij heeft circa 400 pond vlas ingeleeverd, wij zijn bezig het behoorlijk te sorteeren, en zullen daar meede over eenkomstig de intentie der Kommissie handelen.

Maar hij heeft het er wel druk mee, schrijft hij 28 december 1818:
Ik ben thans ijverig met de organisatie der spinnerij bezig, dewijl Weisman bij een goed gedrag en goede wil zelfs niet voor zijn vak zou berekend zijn: hoewel hij zich moeite geeft zijn voorgaand gedrag meer goed te maken.
Zo overtuig ik mij steeds meer en meer van zijne geringen disposities om een fabrijk behoorlijk te derigeeren.
Deze zaak schijnt mij intusschen van zo veel belang te zijn, dat mijne werkzaamheden zich zeker eenige dagen voornamentlijk tot dezelfde bepalen.

Uit een brief van Benjamin dd 17 januari 1819:
Wij zouden in de grote ketel dunkt mij zelf het garen kunnen koken. Weisman en van der Heiden zeggen beide daar van kennis te hebben.

Uit een brief van Benjamin dd 23 januari 1819:
Moet aan Weisman de menage tegen of zonder betaling verstrekt worden? Hij beweerd het laatste door de Kommissie bepaald is.

Uit een brief van Benjamin dd 28 januari 1819:
Het verlies aan vlas en snuit, hoewel aanzienlijk, zou bij eene opgerichte fabrijk, als zeer licht mogelijk kunnen aangemerkt worden. Dan dit verlies moet veel hoger gesteld worden, dewijl Weisman een en ander zeer vochtig heeft afgeleeverd. Zo dat men geene behoorlijke bereekening heeft kunnen maken. Ik zal tragten zulks te doen wanneer het behoorlijk droog is, het geen echter altijd zeer moeijelijk zijn zal.
Ik moet voor het belang der kolonie steeds wenschen, dat de Kommissie een aander in de plaats van Weisman, dat een slegt sujet is, vinden. Hem daarop naar den Haag ontbieden en zijn ontslag geven. Wanneer hij hier zulks verneemt, zoude er wellicht nog ongeregeldheden plaats hebben, dewijl hij hier een aanhang heeft buiten de kolonie, die zich alle slegte streken veroorloven, en zeer maetig worden in het oog gehouden.

Uit de notulen van de pc dd 1 februari 1819:
Brief van den direkteur…
(…)
Betreffende voorts zware klagten over Weisman, den spinbaas, en een ander opziener in deszelfs plaats verzoekende te bezorgen: verlangende tegelijk toevoer van kontanten ter betaling van nodige uitgaven. De Commissie verzoekt Weisman onverwijld naar Den Haag te zenden.

Uit een brief van Benjamin dd 10 februari 1819:
Heden morgen is van hier naar s Hage vertrokken den spinbaas der kolonie, D. Weisman, ten einde zich, ingevolge bekomen last, voor de Kommissie te sisteeren.
Ik heb hem tot en met de dag van zijn vertrek betaald; en aan zijn verzoek van reiskosten gemeend niet te moeten voldoen.
Over zijne ijver en welwillendheid in de fabrijk had ik bijzonder zeder eenige tijd geen klagen: ten aanzien zijner eerlijkheid is mij meede niets nadeeligs bekend.
Maar zijn zeedeljk gedrag bleef steeds even slegt en maakte zijne verwijdering volstrekt noodzakelijk.

Benjamin staat er dan wel alleen voor, schrijft hij 12 februari 1819:
Den 2 assessor heeft mij geinformeerd dat de Permanente Kommissie vooralsnog geene gelegenheid heeft, om Weisman door een geschikt persoon te doen vervangen; en uit dien hoofde in deze environs een geschikt sujet wenschte te kunnen vinden.

Volgens de Wijsman-genealogie overlijdt David Wijsman twee jaar na zijn vertrek van de kolonie te Batavia.

Hij wordt als spinbaas eerst opgevolgd door Johannes Gunther uit Leeuwarden, zie de pagina Wilhelminaoord bij hoeve 26