een praktisch onderwijs

Een van de instituten met wie de Maatschappij broederlijke banden onderhield was de Armen-erziehungs-anstalt Hofwyl van Emanuel van Fellenberg. Zij had er een Groningse jongeman naar toe gezonden om opgeleid te worden tot leraar in de landbouw (zie boek bladzijde 54-55 en het file op deze site (volgt nog)).
In de Star van april 1819 staat vanaf pagina 322 een beschrijving van dat instituut dat hier deels samengevat (cursief) en deels geciteerd wordt. Mooi vind ik die docent die er alleen op los mept als de leerling het er mee eens is.
Waarschijnlijk is dit geschreven door Ockerse.

Beknopt berigt wegens den oorsprong, de inrigting, en den tegenwoordigen staat van het instituut tot opvoeding der armen, gevestigd door e. van fellenberg te Hofwyl, een landgoed in het Zwitsersch kanton Bern.

      Dit Instituut, te Hofwyl, een uitgestrekt landgoed en kasteel, in het kanton Berngevestigd, is zijnen oorsprong verschuldigd aan één der waardigste en kundigste mannen van Zwitserland, emanuel van fellenberg. Deze warme menschenvriend, die den rijkdom van natuurlijke en verkregenen kennis met het hart van eenen warmen menschenvriend, met de edelste beginselen van verlichte godsdienstigheid en met een karakter verenigt van dien moed en die volharding, zonder welke niets goeds en groots kan worden tot stand gebragt, getroffen door de zedelijke ontaarding, zoo wel als door de hand over hand toenemende verarming der min vermogende standen in zijn Vaderland, vormde omstreeks het begin dezer eeuw het gelukkig denkbeeld, om tegen de voortgang van het één en ander kwaad eenen vasten dam op te werpen, en een middel uit te denken, tot herstelling, zoo wel van de zedelijkheid, als van de welvaart dier ongelukkigen.

(wat een zin! De volgende is nog langer:)

     Door de ervaring overtuigd, dat de grootste opofferingen der liefdadigheid noch berekend, noch in staat zij, om de nationale armoede te verbannen, indien men den behoeftigen niet het middel in handen geeft, om door eigenen werkdadigheid zich zelven een bestaan te verschaffen; overtuigd, dat alle pogingen ter zedelijke hervorming van diep weggezonkene menschen ongenoegzaam zijn, indien niet deze hervorming met hun belang zoodanig verbonden wordt, dat zij in het ééne den spoorslag en de oefenschool tot de andere vinden; overtuigd eindelijk, dat het het opkomend geslacht is, bij hetwelk men, eenen goeden uitslag wenschende, het werk eene nationale hervorming behoort aan te vangen: van deze overtuiging doordrongen, smeedde fellenberg het stout ontwerp, om op het stille land, waar de verbastering minder groot, en de verleiding tot het kwade minder sterk is, eene instelling te vestigen, geschikt om een zeker getal jonge lieden tot den veldarbeid op te leiden, en daarmede een praktisch onderwijs, niet alleen in den landbouw zelven, maar ook in de daaraan verwante en dienstbare wetenschappen, en over het geheel in de gronden van alle menschelijke kennis, zedekunde en godsdienst, te verbinden. Volgens zijne inzigten moest arbeid voor de verarmde standen de bron van beoefendende kennis en zedelijkheid, en de akker de groote leerschool worden van eene wetenschap, die hen gelijktijdig op den weg bragt tot het aardsch en tot een hooger geluk.

De Armen-erziehungs-anstalt Hofwyl bevat:
1. Een boerderij met goed gebruikte mest en met doelmatige en voordelige machines.
2. Een proefboerderij, waar de jonge landbouwers worden onderwezen.
3. Een fabriek voor ploegwerktuigen. Hier leren de leerlingen het wagenmakers- en smids-ambacht, zonder gevaar te loopen van hunne zedelijkheid, door aanraking met anderen.
4. Een werkplaats voor de machines.
5. De industrieschool voor opleiding van boerenknecht en arbeiders, zodat de verlichte landbouwer niet steeds gehinderd wordt door de onvolkomenheid en onkunde der arbeiders waarvan hij zich moet bedienen.
6. De kostschool voor kinderen van meer gegoeden en aanzienelijken stand. Hier leert men vooral dat de verpligting om hunnen bevoorregten stand te doen dienen ter ondersteuning der verarmde klassen. Voorts worden de kinderen onderwezen door Fellenberg zelf in alle wetenschappen welke den mensch van beschaafden stand kunnen nuttig zijn.
7. De normaalschool, voor bijscholing van dorpsonderwijzer in de zomermaanden.

Het onderwijs aan de kinderen wordt verzorgd door Jakob Wehrli, een oud-leerling van Hofwyl zelf. Hij onderwijst in alle vakken en zorgt dat de kinderen van vroeg tot laat met allerlei bezigheden verzorgd zijn.

     De straffen, den kweekelingen opgelegd ter verbetering van verkeerdheden, zijn geene andere, dan die hunne eerzucht moeten prikkelen, of hen het oogeblikkelijk gemis van kleine genoegens, b.v. het maaltijden met hunne makkers, doen gevoelen, Ligchamelijke pijnstraffen bezigt wehrli ten uiterste zeldzaam; echter heeft hij zich enkele reizen van de handplak moeten bedienen, in gevallen, waarin elk ander verbeteringsmiddel blijkbaar te kort schoot, en de hardnekkigheid weigerde voor hooger gezag te bukken, hetgeen echter moet gebeuren, indien de meester den zoo noodigen invloed op zijne kweekelingen behouden zal. Nooit straft wehrli, dan wanneer het onvermijdelijk is, en niet, dan na het kind zelf hiervan overtuigd te hebben..
  
     De kinderen worden aan eene harde leefwijze gewend. Des zomers zijn zij in trielje of bombazijn, des winters in goed laken gekleed; meestal gaan zij blootsvoets, behalve bij vochtig weder en op zondag; het is ook dan alleen, dat zij het hoofd gedekt hebben; en hiervan hebben zij geen ongemak