allen, die buiten haren schuld niet kunnen bestaan

Er zijn deze periode nog een paar mopperende subcommissies en na de onderstaande brief van Utrecht (Drents Archief, toegang 0186, invnr 56) besluit de pc tot een opmerkelijke ommezwaai (notulen invnr 38). Zou in de oorspronkelijke plannen alles wat verstrekt werd door arbeid verdiend moeten zijn, nu gaat er een basisverstrekking gegarandeerd worden. Bijzonder in het pc-besluit is ook dat aan Utrecht niet geschreven gaat worden dat het een koerswijziging is. In De proefkolonie wordt deze ommezwaai beschreven op blz 272-273 waar ook Johannes’ motivering – ‘daar er nogtans van de publieke opinie zoo veel afhangt’ – uit het jaarverslag staat.

Uit een brief van de subcommissie Utrecht aan de Permanente Commissie:

Utrecht den 8 february 1821

    Wij hebben weder zeer ongunstige berigten aangaande den toestand van het huisgezin van Frans de Kruyff, onzen kolonist in Frederiksoord, ontvangen en voegen hierbij een brief door hem aan zijn broeder alhier geschreven, waaruit UWEds zijn ellendigen staat en zijn voornemen om de kolonie te verlaten zullen ontwaren.

    Reeds meermalen hadden wij bij UWEds aangedrongen, om bij dit huisgezin een jongeling intedeelen, vermits alle zijne kinderen meisjes zijn en hij lang ziek en zwak is geweest, maar steeds zijn wij in onze hoop teleurgesteld geworden, zonder eenige reden voor deze weigering te weten.

     Wij bevelen nogmaals de belangen van dit huisgezin aan Uwe oplettendheid aan en verzoeken de redenen te mogen weten, waarom hetzelve van alle onderteuning verstoken is gebleven.
     
 UWEds zullen ligtelijk begrijpen, dat zulke ongunstige berigten, die overal verspreid worden, geschikt zijn om de tegenstrevers der Maatschappij alhier in hunne pogingen, om de behandeling der kolonisten bij de onkundigen in een ongunstig daglicht te stellen, te versterken en zekerlijk zou de terugkomst van dezen kolonist aan hunne verzekeringen een schijn van waarheid geven, die ons zeer hinderlijk zou zijn in het voorstaan der belangen van de Maatschappij van Weldadigheid.

Maandag 12 februari 1821

Uit de notulen van de vergadering der Permanente Commissie:

(…)
     Subk. Utrecht, 8 febr. … Zendt in een brief van de kolonist de Kruijf, klagende over zijn slechten financiëlen staat, en verlangende de indeeling van een kind bij hem.

     Besloten de Direkteur, met toezending der missive van de Kruijf, aanteschrij­ven, dat klagten van dien aard zeer schadelijk zijn voor de belangen der M.; dat de P.K. uit dien hoofde wenscht als eene vaste bepaling te zien aangeno­men, dat allen, die buiten haren schuld niet kunnen bestaan, in de kolonie onder kuratele zullen worden gesteld, en alsdan zullen genieten de gewone verstrekking van 6 pond brood daags, 4 schepels aardappelen s’weeks, en 25 st. aan kaartjes, en dat de onkosten daarvan zullen worden gekort op hunne verdiensten en veldvruchten; het meerder hun worden uitgekeerd, en ‘t mindere op schuld gebragt.

     Voorts besloten aan de subk. Utrecht te schrijven, dat de klagten van den kolonist de Kruijf ongegrond zijn, daar ieder behoeftige in de kolonien eene verstrekking van 6 pond brood daags etc. (zie hier boven) erlangen kan, maar dan ook eige beschikking over zijne verdiensten en veldvruchten verliest, en alles haar op ‘t einde verreekend, ten einde alzoo ontijdige verkwisting voortekomen.
        En dat de P.K. alsnu heeft last gegeven, om de Kruijf tebrengen in die kategorie. Voorts dat ten aanzien van een kind bij de Kruijf intedeelen, dit rees zoude geschied zijn, indien de P.K. beschikking over zoodanig een kind gehad had; maar deze niet zelden door de uitzen­ders eene bepaalde destinatie erlangen, zullende bij eerste gelegen­heid aan ‘t verlangen der subk. worden voldaan.

    Eindelijk te danken voor den met zoo goed gevolg genomen maatregel ter uitbreiding der M.

Als dank werft Utrecht later het jaar 98 nieuwe leden en haalt 344,70 gulden aan extra giften op (Star 1821 pag. 723)