brief Ameshoff over grondaankoop

Bron archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, toegang 0186, invnr 48.
De laatste opmerking in de brief slaat op het boekje dat Ameshoff doet uitkomen over zijn voettochten in Drenthe.

Men dient steeds in het oog te houden voorzichtig en geheim te werk te gaan

Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:
Amsterdam 4 july 1818

Mijne Heeren!

Ik heb van Uwe Missieve gedeeltelijk afschrift gemaakt en heden middag naar D. verzonden.

Het onderstaande verzoeke ik vooral geheim te houden.

Mijnen vriend is een goed landbouwer, proefnemer, enthousiast voor onze Maatschappij. Ik leerde hem in 1813 kennen, en herinner mij, een gedeelte van den nacht met hem over ontwerpen tot kolonisatie gepraat te hebben, Onze onderneming valt geheel in zijn geest, en ik heb van hem de verzekering, dat hij geene pogingen tot nut onzer Maatschappij zal verloren doen gaan. Hij behoort tot de anti-partij.

Er bestaan in D. twee partijen, een voor, en een tegen het provintiaal bestuur. Door beiden te kennen komt men achter de waarheid. De Hofstedens hebben het hecht in handen, en uit de almanak van dit jaar, welke ik bezit, blijkt dat bijna alle posten van invloed, onder deze famielje verdeeld zijn. Toen ik in D. kwam hadt den Gouv. den goedheid mij zoodanige reisroute optegeven, dat ik bij mijnen vriend niet komen kon, zonder eenen geweldigen omweg te maken, ik volgde echter mijn plan; Niettegenstaande H. een zeer politiek man is, kon hij niet nalaten zijn voorhoofd te fronsen toen hij van mij vernam, hoe ik de tocht naar Assen genomen had, en mijn vriend bezocht.
Ik bid u mijne Heeren laat de Drenthenaren nooit vernemen ik met mijnen vriend correspondeer, zulks zoude nadeelig voor dezen braven man zijn, en de H’s zijn gevaarlijk. Ware ik niet in D. zoo bekend, dat men mij overal bij mijnen naam noemde, zoude ik u voorslaan, op mijne kosten, een togtje van 4-5 d. naar D. te doen. De eigenaar van Westerbeeksloot, den Heer Nobel kent mij en dit woelziek en onrustig mensch doorreist de geheele provintie, ook moest ik hem beloven bij hem te logeeren. Men dient steeds in het oog te houden voorzichtig en geheim te werk te gaan. Wanneer men mogt besluiten bij mijnen vriend te gaan, zal ik een aanbevelingsbrief schrijven, men word zeker te logeeren gevraagd; men houdt hem in D. voor zeer knap, hoewel in Overijssel geboren.

In dat geval raade ik de reis over Steenwijk per beurtman te nemen, en ik houde mij verzekert dat ook het Steenwijksche orakel op mijn verzoek, veel inligting zal geven, over eene groote uitgestrekkend gronds tusschen Wolvega en Steenwijkerwolde – 800 roede van Steenwijk – Op deze grond hebben bereids eenige dag huurders sedert 2 jaren begonnen te koloniseeren, zonder dat zij de grond hebben gekocht.
Het zal mij aangenaam zijn door dit geschrijf U, mijne Heeren van eenig nut te zijn geweest, ontvangt de verzekering van mijne onverminderde pogingen ten nutte der Maatschappij.

Zoodra ik de overige 600 magen(?) over de prov. D. ontvangen heb, zal ik voortgaan met mijn reisje in dat gewest aftedrukken, en Van der Hey last te geven, u de afgedrukte vellen te zenden.