de zorg voor een goede policie in de koloniën

De oprichting van de Raad van Policie wordt gemeld in De proefkolonie blz 269. Daar is ook sprake van de brief van de Permanente Commissie die door directeur Benjamin van den Bosch aan de kolonisten wordt voorgelezen. Hier de volledige tekst van die brief (Drents Archief, toegang 0186, invnr 352), gedateerd 9 februari 1821:

Bekendmaking, van wege de Permanente Kommissie aan de kolonisten van Frederiksoord en Willemsoord.

    De Permanente Kommissie, overtuigd dat Zijne Majesteit, onze geëerbiedigde Koning, wenscht, dat alle kolonisten zich als goede, ijverige en brave ingezetenen gedragen, en Zijne Majesteit aan eenige aanzienlijke ambtenaren in de nabuurschap opgedragen hebbende de zorg voor een goede policie in de koloniën. Zo heeft de Permanente Kommissie het noodig geacht de kolonisten bekend te maken, door welke daden zij inzonderheid gevaar zouden loopen, van zich uit de koloniën te doen verwijderen, en waardoor zij, naar mate van de omstandigheden, die deze verkeerde gedragingen vergezeld zouden mogen hebben, schuldiger zouden kunne zijn, en zich nog strengere straffen op den hals halen.

    De misstappen, welke de Kommissie wenschen moet ernstig geweerd te zien, zijn:
    1. Alle ontucht en zedeloosheid – vrouwen, mannen, meisjes of jongens, welke zich in het vervolg mogten misdragen, zullen zonder verzuim bij den Raad van Policie worden aangeklaagd.
    2. Alle, die zich bij herhaling te buiten gaan in het misbruik van sterken drank, zullen mede dadelijk bij den Raad van Policie worden aangeklaagd.
    3. Alle luiaards, na herhaalde aansporing zich niet verbeterende, en de taak, hun volgens de reglementen voorgeschreven, niet verrigtende, zonder door ziekte daarin verhinderd te worden; als voren.
    4. Alle de genen, die met een billijk inkomen zich zoo liederlijk en verkwistend gedragen, dat zij van de noodige kleeding ontbloot zijn, en als vagebonden voor den dag komen; als voren.
    5. Alle, die zich schuldig maken aan verregaande brutaliteit tegen den Heer Direkteur, wijkmeesters, onderdirekteurs of andere opperhoofden in de koloniën; als voren.
    6. Alle, die de koloniën heimelijk verlaten en terug gebragt worden; als voren.
    7. En eindelijk alle zoodanige, die zich schuldig maken aan zulk een bedrijf, waar door zij geacht kunnen worden de inwoning in de koloniën onwaardig te zijn; als voren.

    Alle die van een of meerdere der wandaden beschuldigd zijn, zullen voor den Raad van Toezigt in hunne kolonie geroepen worden; en deze zal hen voor schuldig of onschuldig verklaren; in het eerste geval zal daarvan aan den Raad van Policie kennis gegeven worden, ten einde met deze te handelen naar bevinden van zaken.