Zoodra ik een turgor in primis viis bespeurde…

Over de besmettelijke ziekte gaat het in De proefkolonie blz 325-327. Onderstaande stukken zijn de hoogtepunten uit de drie artikelen die dokter Schuurman in de Stars van mei/juni/juli 1822 over de ziekte schrijft. Wie er iets van begrijpt mag het zeggen.

Verslag van den Heer Med. Dr. schuurman, wegens den staat der gezond­heid in de kolo­niën, gedateerd 16 mei, geplaatst in de Star van mei 1822, pagina 409 en verder.

    In het midden der verloopene maand april vertoonde zich eerst in de kolonie no. 1, in de huishouding van de kolonist de wals, eene ziekte bij twee der kinderen; kort daar­op werd de moeder en nog eene dochter ernstig ziek; zoo ook de vrouw, zoon, en ingedeelde meid van sitze jans; – het waren alle febres rheumaticae of catharales. Na verloop van eenige dagen vertoonden zich bij de meesten gastrische stoffen in de maag; bij zeer weinige was eene aderlating noodig.
          Uitwaseming-bevorderende dranken namen spoedig de eerste oorzaak weg, en de rheu­matieke pijnen verdwenen

    Zoodra ik een turgor in primis viis bespeurde, welke tot rijpheid scheen gekomen te zijn, deden de emeto-cathartica uitnemende diensten; zeer weinige nerveuse symptomen werden be­speurd, en waar deze zich in een geringen graad vertoonden, werden dezelve door Kampher en Hyosciamus spoedig overwon­nen. Geenerhande tekenen van maligniteit waren aanwezig; alleen schenen deze ziek­ten eenigzins contagieus voor de zamenwo­ning te zijn, doch ook niet verder; want ik heb niet kunnen bemerken, dat de naburen door aange­wende hulp en oppassing, aan de zie­ken toegebragt, tot dusver besmet zijn ge­worden.

    In de laatst der maand werden nog door dezelfde katharrale koorts eenige kinderen van deze en gene kolonisten, in dezelfde streek wonende, aangetast, doch in minderen graad dan de zoo evengenoemde. Dusverre zijn allen het gevaar der ziekte niet alleen ontkomen, maar zelfs bijna hersteld. – Even na den aanval der genoemde ziekte, vertoon­den zich in kolonie no. 2 dezelfde koortsen, voornamelijk in de huishoudingen van kruit­hoed (wed.) en oel. Bij de eerstgenoemde werd eerstelijk een dochter ziek, en daarna succesivelijk de geheele huishouding. Ik heb allen op de bovengenoemde wijze, met éva­porerende dranken, en daarna met evacuan­tia behandeld, en allen zijn merkelijk beter, en het gevaar ontkomen.
    Ik het hier en verder, waar het nodig was, zoutzure berookingen aangewend, om de meerdere verspreiding te weren, hetgeen dan ook tot dusverre gelukt is.
    De kolonist oel is overleden; doch deze bejaarde man kreeg eene sterke bezetting op de borst, apparent doordien hij te voren aan eene benauwde borst heeft geleden.
    Ik ben tot hiertoe in het genezen van de zieken gelukkig geweest, hetgeen ik zowel aan de gezonde luchtstreek mag toeschrij­ven, als aan de goede voorzorg der Direktie, de toevoeging van onderscheidene verkwikki­gen, en de bezorging eener goede oppas­sing, waarvoor ik mits dezen mijnen openlij­ken dank betuige.
    Steenwijk, 16 mei, 1822        schuurman

Nader verslag van den Heer Med. Dr. schuurman, wegens den staat der gezondheid in de koloniën, gedateerd 16 juni, geplaatst in de Star van juni 1822, pagina 479 en verder.

       “Al spoedig na mijne vorige berigten, omtrent de staat der zieken in de eerste en tweede koloniën, op den 16den der vorige maand ingezonden, werden op nieuws eenige kolonisten, en zelfs enkele geheele huishoudingen, successi­velijk alle ziek.
      De aard der ziekte werd door de vermeerderde warmte der luchtgesteldheid in zoo verre veranderd, dat het rheuma verminderde, en het gastrische aanmerkelijk vermeerderde, en de ziekten het voorkomen van Saburrale of zoogenoemde galkoortsen verkregen; zeer natuurlijk moest ik dus mijn kuur-méthode in zoo verre veranderen, dat ik bijna bij allen met ontlastings-middelen konde beginnen, waarmede ik over het algemeen zeer wel slaagde; echter niet bij allen: want bij eenigen had reeds, van het begin der ziekte af, zulk eene verdooving der levenskracht plaats, dat bijna geene middelen in staat waren, om het gestel te bewegen. – Zoodra ik bij dezen met moeite eenige ontlasting had bewerkt, nam ik als spoedig mijne toevlugt tot opwekkende en vlugge middelen, doch niet overal met het gewenschte gevolg; zoodat er sinds nog drie kolonisten overleden zijn, waaronder echter een bejaard en reeds te voren niet zeer gezond man was, bij wien het al vroeger verzwakte gestel in geene deele resistentie aan de hevigheid der ziekte kon bieden.

      Bij eenige lijders bespeurde ik al spoedig, in het tweede stadium der ziekte aanmerkelijke remissiën, en zelfs sub-intermissiën, en niettegenstaande de gastrische stof op verre na niet weggenomen was, deed mij in deze gevallen de Kina met Tart. Emet. uitnemende diensten. Hiermede bragt ik zoodanige lijders binnen weinige dagen buiten koorts; en zij, bij wie dan nog een beslagen tong, en eene aanmerkelijke kwantiteit ziektestof, in de eerste wegen voorhanden was, herstelden zeer goed, door het aanhoudend gebruik van zachte lakseermiddelen. – Tegenwoordig is, in de eerste kolonie, de huishouding van ritmond nog ziek; die van tymens, arends en gerards, zijn bijna alle herstellende. Thans zijn de laatst ziekgewordene in een minder hevigen graad aangegrepen, dan bij de voorgaanden, in het laatst der verloopene en in het begin van deze maand, plaats had.

    In de tweede kolonie zijn bijna alle zieken hersteld; het schijnt, dat deze gegrasseerd hebbende koortsen thans aan het staan zijn, en zich niet meer verspreiden. Tot dusverre kan ik het getal personen, in eenen meerde­ren of minderen graad daaraan geleden hebbende, op tusschen de zeventig en tachtig bepalen, en derhalve zijn er nog betrekkelijk-weinige de slagtoffers van geworden, vermits er van het begin af, tot op heden, slechts vier kolonis­ten aan overleden zijn, waaronder dan nog, gelijks reeds gemeld is, twee bejaarde lieden gesteld mogen worden, die vooraf bij lange niet gezond waren.

    Met zeer veel genoegen kan ik tevens berigten, dat de Heeren Onder-Direkteuren, op hooger last, hunne goede diensten bij voortduring aanwenden, ter bezorging van het noodige, en van goede en bekwame oppassers bij de zieken, waar zulks vereischt wordt.
    In de derde, vierde en zesde koloniën blijven de kolonisten bij aanhoudendheid welvarende; aldaar worden de gemelde koortsen in geen­en deele waargenomen.
    Steenwijk, 16 junij, 1822        j.b. schuurman

Berigt van Dr. j.b. Schuurman, wegens den staat der gezondheid in de koloniën, gedateerd 16 juli, geplaatst in de Star van juli 1822, pagina 557 en verder.

      In mijne voorgaande berigten omtrent den staat der zieken in de eerste en tweede koloniën te Frederiks-oord den 16den junij ingezonden, heb ik de huishoudingen opgenoemd van ritmond, tymens, arends en gerrards, waarin destijds nog eenige zieken waren, hoewel bijna allen herstellende; deze zijn dan ook allen reeds hersteld, en tot hunne werkzaamheden terug­gekeerd, behalve twee dochters van gerrards, die hare krachten niet volkomen herkregen hebben, doch ook, naar alle vermoeden, spoedig volkomen hersteld zullen zijn. Thans zijn de gegrasseerd hebbende koortsen van de vorige maanden geheel opgehouden.

    Wij hebben, wel is waar, van tijd tot tijd nog eenige ziekte, doch welke ik als de gewone zinkingskoortsen beschouw, en die van sporadische oorzaken zeer gemakkelijk kan afgeleid worden.

    In de derde kolonie Willems-oord zijn ook weinige zieken; in de gepasseerde week is de kolonist jan zwaan aan eene gewone zinkingskoorts, welke vervolgens tot eene zenuwkoorts oversloeg, gestorven. Deze man had zekerlijk in het warme saizoen, zijn’ gewonen arbeid met vlijt doorzetten­de, eene belette uitwaseming opgedaan, en had door het overmatig gebruik van waterige dranken zijne inwendige konstitutie zoodanig gedésorganiseerd, dat hierdoor eene meer dan gewone zwakheid ontstaan, en hij alzoo tegen de hevigheid der ziekte in geenen deele bestand was.

    Overigens zijn ook aldaar geene zieken van eenig belang of gevaar; de welvaart en tevredenheid is algemeen, en wij mogen ons dus met het cesseren der, in de vorige maanden gegrasseerd hebbende, koortsen geluk wenschen.
    Steenwijk, den 16den julij, 1822        j.b. schuurman