Het is goed dat deze spitsboef weg is, p 240

Over het vertrek van Vos geeft Benjamin 12 april een briefje voor zijn broer mee aan sergeant Schnatz (die Vos naar de boot in Steenwijk escorteert), wat Johannes meestuurt met de uitgebreide brief die hij zelf aan de pc schrijft, en op 17 april rapporteert Benjamin nog eens aan Den Haag over Vos.

Over de beledigingen aan het adres van Brouwer zijn regelmatige meldingen. Al relativeert Benjamin ook een keer door in een tussenzinnetje over Brouwer te zeggen dat ‘die niet gemakkelijk van aard is’.

Brouwer hapt niet meteen toe als de Maatschappij hem wil behouden. Hij wil eerst een mondeling onderhoud met de permanente commissie. Dat wordt op 29 juli gedelegeerd aan Johannes en Faber van Riemsdijk die toch ‘eerlang naar de kol. vertrekken zullen’. Daarna melden de notulen van 22 augustus: ‘Op de missive van den Hr Brouwer no.103/7 is besloten, na gehoord te hebben het rapport van de leden Van den Bosch en Van Riemsdijk, het traktement van den Heer A. Brouwer te verhoogen jaarlijks tot duizend guldens; mits hij daarvoor de direktie houde, niet alleen over de vlas en wolspinnerij, maar over alle fabriekmatigen arbeid in alle de gevestigde of nog te vestigen kolonien tot 500 huisgezinnen toe, en met toezegging dat, bij uitbreiding boven dit getal huisgezinnen, dit traktement met één gulden per huisgezin zal verhoogd worden; terwijl wederzijds eene voorafgaande waarschuwing 6 maanden voor de jaarlijksche expiratie behoord te geschie­den, ingeval men mogt verlangen deze overeenkomst te doen eindigen.’ Vanaf dan wordt Brouwer aangeschreven met de titel ‘Direkteur der fabriek­matigen arbeid in de kolonie’
De regeling lijkt mij wat al te ruimhartig, maar gaat een flink aantal jaren goed. Uiteindelijk zal Brouwer in 1832 wegens bezuinigingen ontslagen worden.