Onwaardig, ongeschikt, p 156

Op 9 april 1819 schrijft Benjamin van den Bosch aan de pc: ‘Het ondankbare en zich steeds slegt gedragende huisgezin uit Amersfoort heeft mij verzogt de kolonie te mogen verlaten, voorgevende bij hen te plaatse meer geld te kunnen verdienen; maar inderdaad uit geene andere motief dan zucht naar hun vorig luij bedelend leven.’ In diezelfde brief beschrijft hij de gebeurtenissen vanwege de ‘aanhoudende dronkenschap van vrouw Rigagneau’ en haar wens weg te willen. De volgende dag besluit de permanente commissie volgens de notulen en brievenboek deze gezinnen te verwijderen en tegelijk schrijft zij Amersfoort dat zij ‘na een grote mate van geduld met het huisge­zin uit ulieder stad geoefend te hebben’ de Metzen verwijdert en vraagt zij die stad om ‘een ander, meer geschikt huisgezin’ te sturen. Dat wordt de familie Hopman.
Diezelfde dag schrijft zij Delft dat zij Rigagneau mag vervangen. Volgens Kloosterhuis pagina 57 had Delft bij het begin van de kolonisatie al een gezin zullen sturen, maar waren ze er toen niet in geslaagd mensen te vinden. De Delftenaren heten Dijkshoorn.
Hendrik Rigagneau overlijdt op 5 september 1820, de akte is gedateerd 9 september. De Goudsbloemstraat behoort tot het ergste stukje Jordaan (zie ook bladzijde 36 van het boek).